| St. Eloyen Gasthuis Boterstraat 22 - Utrecht - The Netherlands |
||||
| Blacksmith's Guild (only in Dutch) | ||||
| Wanneer
het Utrechtse Smede Gildt is ontstaan is niet bekend. Wij weten slechts
dat in het midden van de 13e eeuw reeds samenwerkingsverbanden bestonden
voor handwerklieden. Aan de bouw van de Dom moest toen nog begonnen worden!
De Bisschop en de Utrechtse patriciërs werden zevenhonderd jaar geleden,
op 8 mei 1304, gedwongen de Oude Utrechtse Gildenbrief te accepteren. Daarmee
begint de geschreven geschiedenis van de reeds eerder bestaande gilden. Gilden hadden naast bepaalde rechten ook plichten. Zo hadden de gilden bijvoorbeeld het recht om voor de eigen beroepsgroep reglementen van algemeen nut uit te vaardigen en controle op de naleving daarvan uit te oefenen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het ontstaan van en de controle op zogenoemde meestertekens. Maar zij hadden ook de plicht om te waken over de veiligheid van de stad en op te treden bij brand. |
||||
![]() |
||||
| Insculpatieplaat
|
||||
| met
meestertekens van de messenmakers |
||||
| eerste
kwart 17e eeuw |
||||
| De Utrechtse smeden woonden aanvankelijk voor een belangrijk deel in en rond de Smede Steghe (thans: Korte en Lange Smeestraat), eertijds aan de rand van de stad. Houten huizen en smidsvuren betekenden altijd brandgevaar. Vlakbij elkaar konden ze samen het krachtigst optreden tegen brand. Bij de buitengracht bevond zich de Waltoren (uit 1145) die aan de smeden was toegewezen als de stad verdedigd moest worden en sindsdien de Smeetoren heet. | ||||
![]() |
||||
| Paardenbit
(trens) |
||||
| Meesterstuk
van stangenmaker Anthony Mijnders |
||||
| 1767 |
||||
| Het Utrechtse Smedengilde was in economisch en politiek opzicht zeer belangrijk. Vele malen leende het gilde geld aan de Utrechtse overheid. Het gilde had, zoals alle gilden, oudermannen in het stadsbestuur, totdat Keizer Karel V -in 1528 op bezoek in Utrecht- dit recht afschafte. Daarmee kwam ook een einde aan de meest florissante periode van het smedengilde. De charitas kwam met de financiële neergang van het gilde danig in het gedrang. Dankzij overheidstoestemming in 1530 om in de wijde omtrek een bede (inzameling) te mogen houden, bleef voortzetting mogelijk. Later kwam daar de nalatenschap van Van Dashorst bij. | ||||
| Eind
achttiende eeuw werden de gilden afgeschaft, maar het Smede Gildt wordt
tot op de huidige dag voortgezet. Het Handelsbedrijf der Smeden, zoals de
rechtsopvolger van het Smedengilde tegenwoordig heet, huist nog altijd in
het gasthuis dat de smeden al sinds 1440 in de Boterstraat hebben en dat
zij als broederschap ook in stand blijft houden. Op grond van de Gildenbrief
vierden de leden in 2004 hun 700-jarig bestaan. Het huis herbergt een historische kolfbaan, waarop de broeders van het Gasthuis zich al bijna 300 jaar sportief ontspannen. Op de vieringen in het Gasthuis wordt doorgaans door de helft van de aanwezigen gekolfd, terwijl de andere helft schutjast. |
||||
| 'May
all this serve to the Wellfare and Prosperity of the House of Saint Eligius' |
||||