St. Eloyen Gasthuis
Boterstraat 22 - Utrecht
 
 
 
 
Charitas
 
 
Nalatenschap Van Dashorst
In 1603 liet de overleden gildenbroeder Meester Smid Cornelis van Dashorst al zijn roerende en onroerende goederen na aan het Utrechtse Smedengilde. Aan zijn legaat was de voorwaarde verbonden dat ten ewighen dage aan 20 arme Broeders of andere opregten Armen wekelijks een halve stuiver brood en een halve stuiver geld zou worden verstrekt. De verstrekking moest plaatsvinden in de gildenkerk, de Buurkerk. Tot 1907 gebeurde dat op de broodtafel die aan de noordwand van de noorderzijbeuk van deze kerk hangt (nu het museum van Speelklok tot Pierement). Daarna vond de brooduitdeling tot 1963 plaats in het St. Eloyen Gasthuis. Een tijdje zijn broodbonnen uitgedeeld en vervolgens werden op verjaardagen, met Pasen en met Kerstmis overlevingspakketten rondgebracht.
 
Interieur van de Buurkerk (1645) door Pieter Saenredam
 
Interieur van de Buurkerk (1645)
Pieter Saenredam
 

De nalatenschap Van Dashorst kwam niet onmiddellijk vrij. Eerst had zijn weduwe nog bijna 20 jaar het vruchtgebruik. Het gilde kreeg dankzij de erfenis, naast middelen voor de charitas, ook de mogelijkheid om de bouwkundige staat van het gildenhuis te verbeteren. Zo werd de regentenzaal gerenoveerd en werd in 1644 de gevel van het huis met een nieuwe toegang verfraaid. Het is de poort waardoor men nog altijd het St. Eloyen Gasthuis betreedt.

 
 
Vijf broden op de
Armenbroodtafel (ws. 1603) in de Buurkerk
Foto uit 1937
 
 
Broodtafel (ca. 1603) in de Buurkerk
 
Onderzijde van de (hier opgeklapte) Armenbroodtafel
 
Charitas thans
Nog steeds staat de charitas hoog in het vaandel van onze broederschap en wordt zij, in de geest van Van Dashorst, in aangepaste vorm voortgezet. Toen de brooduitdelingen en daarna het uitdelen van overlevingspakketten aan de minderbedeelden niet meer zinvol bleken, werd in 1994 besloten het geld, beschikbaar uit het van Dashorstfonds, zoals het testament bepaalt te besteden aan mensen in het Utrechtse van onbesproken gedrag, die door een noodzakelijke eenmalige grote uitgave in financiële nood komen. Iedere broeder of hospitant kan, als een dergelijk geval hem ter ore komt, zich wenden tot de huismeester, die in deze beslist. Uiteraard wordt altijd de grootst mogelijke discretie betracht.
 
 
Bedeelde verlaat het St. Eloyen Gasthuis
(foto's uit 1962)
 
 

'Opdat het al' moge strekken tot Heil en Welvaren van den Huize St. Eloy'

 

colouredscrollbar