| St. Eloyen Gasthuis Boterstraat 22 - Utrecht |
||||||
| Geschiedenis - 1 | ||||||
| Ambachtsgilden | ||||||
| Gilden van handwerkslieden vinden we in Europa vanaf de dertiende eeuw, met enkele vroegere voorbeelden. Het oudst bekende voorbeeld vinden we in 1149 in Keulen (lakenwevers), de stad waarmee Utrecht nauw was gelieerd. De eerste vermelding in Utrecht dateert uit 1267, toen een bepaling is uitgevaardigd door schepenen, raden en oudermannen van de gilden. De gilden hebben hier dus invloed op het stadsbestuur, wat er op wijst dat ze op dat moment al tenminste een generatie bestonden. Als hypothese mogen we aannemen dat het smedengilde waarschijnlijk ergens in het tweede kwart van de dertiende eeuw in Utrecht aanwezig was. | ||||||
![]() |
Smeetoren, met sterrenwacht bovenop. Detail
van 19e- eeuws olieverf van een onbekende schilder. Rechts
het dak van het Bartholomeus Gasthuis. |
|||||
| De
oudst bekende expliciete vermelding van het smedengilde te Utrecht dateren
we rond 1370. Bij vroegere vermeldingen weten we niet zeker of de relatie
tussen smeden en een organisatie van smeden (= gilde) concreet bedoeld is: • Rond 1145 is de Smeetoren opgeleverd (naast het Bartholomeus Gasthuis, op de hoek van de huidige Lange Smeestraat en Pelmolenweg), maar we weten alleen dat deze toren het segment van de stadswal markeerde dat later door smeden werd verdedigd (en niet dat dit door het smedengilde werd verdedigd). De naam ‘Smeetoren’ dateert vermoedelijk uit latere tijd. • In 1289 is sprake van de Pons Fabrorum, nu nog steeds de Smeebrug over de Oudegracht. Hier lijkt dus een verwijzing te bestaan naar een 'organisatie' van de smeden. • Op 'des anderen daghes na Ons Heren Hemelvaert' in 1304 (= 8 mei) is de 'eerste Utrechtse gildebrief' uitgevaardigd, waarin de toen bestaande 21, niet bij name genoemde, gilden een bestendige invloed krijgen in het stadsbestuur. Bij een zo belangrijke en alom tegenwoordige tak als de metaalnijverheid hoeven we niet bang te zijn dat de smeden daar niet als gilde bijzaten. |
||||||
| Begin
van de Gildebrief van Utrecht |
||||||
| (8
mei 1304) |
||||||
| Klik
op de afbeelding voor de transcriptie |
||||||
Klik
hier voor
de tweede gildebrief (1341) en een toelichting op de inhoud |
||||||
| We beschouwen de gildebrief dus gemakshalve als het begin van ons smedengilde en daarom is in 2004 het 700-jarige bestaan gevierd en ter opluistering daarvan een boek gepubliceerd met onze geschiedenis (Met hand en hart). | ||||||
| De stem in het Utrechtse stadsbestuur, voortdurend onderhevig aan neergang en opbloei, duurt vervolgens tot 1528 toen deze door Karel V werd afgeschaft. | ||||||
| Lid van het smedengilde waren ondermeer de hoefsmeden, harnasmakers en de goud- en zilversmeden en later ook de slotenmakers, de vingerhoedmakers en de geweer- en pistoolmakers. De smeden oefenden hun beroep uit in wat thans Wijk C heet, maar ook in de huidige Zadelstraat. | ||||||
| > Klik hier voor Geschiedenis - 2 | Metaalnijverheid in Utrecht | ||||||
| > Klik hier voor Geschiedenis - 3 | Moeilijke tijden | ||||||
| 'Opdat
het al' moge strekken tot Heil en Welvaren van den Huize Sint Eloy' |
||||||