| St. Eloyen Gasthuis Boterstraat 22 - Utrecht |
||||
| Geschiedenis - 1 | ||||
| Ambachtsgilden | ||||
| Hoewel
al in 1115 in een Latijnse oorkonde wordt gesproken over quam gilda vulgo
appellant *, wat het volk gilde noemt, vinden we te Utrecht de eerste sporen
van ambachtsorganisaties in verband met de conjuratio, samenzwering, van
1159 **. Vóór die tijd bestonden ook samenwerkingsverbanden
***, maar onduidelijk is of het ambachtslieden betreft die in dienst zijn
van een heer, een vorst of de kerk of dat zij voor eigen rekening en verantwoording
hun beroep uitoefenden. De oudste bewaarde concrete aanwijzingen voor het
bestaan van koopmans- en ambachtsgilden in Utrecht dateren uit 1233 en 1276. Na de Gulden Sporenslag in 1302, een demonstratie van de macht en kracht van georganiseerde burgers, namen ook in de noordelijke Nederlanden de gilden snel in betekenis toe (Utrecht lag op de handelsroute tussen Vlaanderen en de Hanzesteden rond de Oostzee). Na eerdere gildeopstanden tegen de gevestigde aristocratie in 1233 en 1276 bepaalde de Utrechtse gildebrief uit 1304 dat in Utrecht de oudermannen van eenentwintig van dergelijke beroepsverenigingen toegelaten werden tot het stadsbestuur. Onder die verenigingen bevond zich zonder twijfel ook het gilde van de Utrechtse smeden, het Smedengilde van St. Eloy. We beschouwen de gildebrief gemakshalve als het begin en, hoewel het Utrechts' Smede Gildt veel ouder moet zijn, is in 2004 dus het 700-jarig bestaan gevierd. |
||||
| *Nota
Bene door Nicoline van der Sijs en Jaap Engelsman. SDU Uitgevers, 2000. ** Van anti-aristocratie tot democratie door I. Vijlbrief. Querido Amsterdam, 1950. *** Goud- en zilversmeden te Utrecht in de late middeleeuwen door Louise E. van den Bergh-Hoogterp. Gary Schwarz|SDU, 1990 |
||||
| Begin
van de Gildebrief van Utrecht |
||||
| (8
mei 1304) |
||||
| Klik
op de afbeelding voor de transcriptie |
||||
| Lid van dat gilde waren ondermeer de hoefsmeden en de goud- en de zilversmeden en later ook de slotenmakers en de geweer- en pistoolmakers. De smeden oefenden destijds hun beroep uit in wat thans Wijk C heet, maar ook in de huidige Zadelstraat. Voor de verdediging van de stad was hen de 'Smeesector' toegewezen, gemarkeerd met de Smeetoren op de stadswal in het verlengde van de Lange Smeestraat. In 1643 werd op deze toren het Astronomisch Instituut gevestigd. Die "sterrenwacht" verhuisde in 1854 naar Sonnenborgh en de Smeetoren is in 1855 gesloopt. | ||||
![]() |
||||
| Detail
van 19e eeuws olieverf van onbekende schilder |
||||
| Smeetoren
(met sterrenwacht bovenop) |
||||
| Rechts
het dak van het Bartholomeus Gasthuis |
||||
| > Klik hier voor Geschiedenis - 2 | Metaalnijverheid in Utrecht | ||||
| > Klik hier voor Geschiedenis - 3 | Moeilijke tijden | ||||
| 'Opdat
het al' moge strekken tot Heil en Welvaren van den Huize Sint Eloy' |
||||